2.1 Soortkenmerken

In dit stuk zullen wij ingaan op de Soortkenmerken van deze dieren.

2.1.1 Bunzing (Mustela pitorius)

De bunzing (figuur 1.1) is een klein, langgerekt zoogdier met een flexibel lichaam met een staart tot ongeveer een derde van de lichaamslengte. De soort heeft een stompe kop met een duidelijk herkenbaar masker met korte oren. De keel, hals, poten, buik en staart hebben een zwartgekleurde vacht, terwijl het lichaam lichter gekleurde onderharen heeft. Deze kunnen crème, grijzig, donkerbruin of rossig zijn. De lengte van een volwassen bunzing is tussen de 28 en 45 centimeter, waarbij de mannetjes groter zijn dan de vrouwtjes. Het geslachtsverschil uit zich het sterkste in het gewicht: vrouwtjes wegen meestal tussen de 300-900 gram, terwijl mannetjes tussen de 500 en 1800 gram wegen (Zoogdiervereniging, 2023a). De mannetjes zijn het zwaarst tijdens het paarseizoen, de vrouwtjes voordat ze hun jongen

2.1.2 Hermelijn (Mustela erminea)

De hermelijn (figuur 1.2) is een langgerekte marterachtige met een lange staart, die aan het eind een zwartgekleurde pluim heeft. De rug is bruin en de buik wit gekleurd. De demarcatielijn, de scheidingslijn tussen de witte buik en bruine rug, loopt gestroomlijnd, in tegenstelling tot de wezel waar de demarcatielijn rommelig verloopt. In Nederland kleurt een deel van de hermelijnen ’s winters geheel of gedeeltelijk wit, op de zwarte pluimstaart na (Zoogdiervereniging, 2023b). De kop-romp lengte ligt tussen de 21 en 29 centimeter en het gewicht ligt tussen de 140 en 445 gram. Bij hermelijnen zijn de mannetjes altijd langer en zwaarder dan de vrouwtjes. Mannetjes worden gemidd

2.1.3 Wezel (Mustela nivalis vulgaris)

ank en langgerekt met korte poten en een korte staart die geheel bruin gekleurd is. Ze lijken veel op hermelijnen, maar zijn kleiner en hebben een rommelige demarcatielijn die uniek is per individu (Zoogdiervereniging, 2023c). De staart van de wezel is in vergelijking met de hermelijn korter en heeft geen zwarte pluim. De lengte van de kop-romp is ongeveer 13-23 centimeter, het gewicht ligt tussen de 40 en 150 gram. Bij wezels zijn de mannetjes altijd langer en zwaarder dan de vrouwtjes. 70 tot 90% van de wezels haalt hun eerste levensjaar niet en de gemiddelde leeftijd ligt tussen de 0,76 en 1,1 jaar (King, 1980). In Nederland komt allee.

2.2 Leefwijze

In dit stuk zullen wij ingaan op de Leefwijze van deze dieren.

2.2.1 Bunzing

tussen de geslachten in prooivoorkeur. Er zijn ook waarnemingen gedaan van bunzingen in stedelijk gebied (NDFF).

Voortplanting

De paring vindt plaats vanaf eind februari tot en met april, met de meeste activiteit in maart. Tijdens het paarseizoen gaan de mannetjes over tot een nomadisch bestaan, dat bestaat uit het zoeken en paren met vrouwtjes en het vechten met andere mannetjes. In april zoeken de vrouwtjes naar een nest om hun jongen in te werpen, de worp zelf vindt hoofdzakelijk plaats in mei. De draagtijd duurt circa 6 weken, waarbij gemiddeld tussen de 4 en 10 jongen worden geboren. In juli betreden de vrouwtjes met hun jongen de buitenwereld

2.2.2 Hermelijn

tussen de geslachten in prooivoorkeur. Er zijn ook waarnemingen gedaan van bunzingen in stedelijk gebied (NDFF).

Voortplanting
De paring vindt plaats vanaf eind februari tot en met april, met de meeste activiteit in maart. Tijdens het paarseizoen gaan de mannetjes over tot een nomadisch bestaan, dat bestaat uit het zoeken en paren met vrouwtjes en het vechten met andere mannetjes. In april zoeken de vrouwtjes naar een nest om hun jongen in te werpen, de worp zelf vindt hoofdzakelijk plaats in mei. De draagtijd duurt circa 6 weken, waarbij gemiddeld tussen de 4 en 10 jongen worden geboren. In juli betreden de vrouwtjes met hun jongen de buitenwereld