Zorg voor structurele financiering en uitvoering van de NDS
24 september 2025
Op maandag 29 september spreken de woordvoerders Digitale Zaken met de staatssecretaris van...
Lees meer
1 mei a.s. gaat de Wet open overheid (Woo), de vervanger van de Wet openbaarheid van bestuur, in werking. In een gezamenlijke brief van het IPO, VNG, UvW en het ministerie van BZK wordt een update gegeven over de Wet open overheid en het onderliggende Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI).
Het doel van de wet is om als overheid opener en toegankelijker te worden. Meer overheidsinformatie wordt sneller openbaar. Dit betekent veel voor organisatie waarop de Woo betrekking heeft. Ten opzichte van de Wob veranderen meerdere dingen, waarvan de belangrijkste veranderingen zijn:
Gefaseerde invoering actieve openbaarmaking
De Woo vraagt veel van organisaties. Daarom wordt de verplichting tot actieve openbaarmaking gefaseerd ingevoerd. Per 1 mei a.s. is er dus nog geen verplichting tot actieve openbaarmaking voor alle informatiecategorieën. In de loop van de komende jaren wordt dit stapsgewijs ingevoerd (per koninklijk besluit). Het moment waarop de verplichting tot actieve openbaarmaking ingaat wordt bepaald in onderling overleg tussen het Rijk en de medeoverheden.
Platform Open Overheidsinformatie
Alle in het kader van de Woo actief openbaar gemaakte overheidsinformatie moet voor iedereen op dezelfde plek vindbaar zijn. Het doel is dat deze informatie makkelijk vindbaar en doorzoekbaar is voor geïnteresseerden, burgers, journalisten, bedrijven, volksvertegenwoordigers en wetenschappers. Daarom is in de Woo geregeld dat het Rijk een digitale infrastructuur aanbiedt voor de actieve openbaarmaking van overheidsdocumenten. Het Ministerie van BZK stelt hiervoor het Platform Open Overheid (PLOOI) Beschikbaar. Omdat honderden organisaties hierop moeten aansluiten worden hoge eisen gesteld aan PLOOI. Op dit moment wordt zowel een loket voor handmatige levering van documenten ontwikkeld als een technisch koppelvlak om geautomatiseerd aan te sluiten op het platform. Een eerste oefenomgeving komt naar verwachting deze zomer beschikbaar. Provincies die dat willen kunnen zich via projectleider Paul Deurvorst aanmelden om hierbij aan te sluiten.
De minister van BZK heeft een Kamerbrief naar de Tweede Kamer gestuurd over de actuele voortgang. Deze vind je hier